Expertmeeting 2016 (verslag)

‘Onderweg met een missie’

Op 24 november 2016 organiseerde de Camino Academie haar derde expertmeeting, met als onderwerp “Onderweg met een missie”. De twee eerdere meetings hadden als onderwerp ‘Pelgrims verhalen’ (2014) en ‘Gastvrijheid’ (2015). De bijeenkomst vond plaats in de Janskerk in Utrecht.

De presentaties van deze expert meeting werden verzameld in het eerste Camino Cahier, dat hier te downloaden is.

Paul Post (hoogleraar rituele studies) begint de dag met een verkenning van het onderwerp. Hij signaleert dat de laatste jaren in Nederland, maar ook elders in de wereld, sprake is van een trend dat mensen in toenemende mate lopen, fietsen, zwemmen etc. voor een missie of voor een goed doel. Ook voor de Camino naar Santiago de Compostela geldt dat. In zijn verkenning maakt hij een onderscheid tussen een missie (meer ideëel geladen) en een goed doel (meer materieel). In de praktijk komen combinaties van beide ook vaak voor. Vervolgens gaat hij in op de vraag waarom dit verschijnsel zo sterk is opgekomen in onze cultuur. Hij ziet daarin een aantal richtingen, t.w. het niet kunnen omgaan met activiteiten of spelvormen die in zichzelf zinloos zijn (ritueel tekort), het ontstaan van rituelen die gelegitimeerd moeten worden door een nieuw thema (rituele dynamiek), de verinnerlijking en privatisering in onze cultuur (cultuur van ‘het zelf’), de sterke nadruk op doen/handelen (doen als norm), het geloof door bepaalde handelingen voor zichzelf of anderen heil en heling te bewerken (goede werken en offer) en de uitstraling die sport door het dominante karakter ervan heeft. Tegelijkertijd moeten we ons ook afvragen of de koppeling aan een missie of doel wel zo’n nieuw verschijnsel is als we denken. Ook de vroegere pelgrims hadden een doel, dus misschien is met de nieuwe ontwikkelingen wel sprake van een heruitvinding (re-inventing) van de pelgrimage.

Gied ten Berge vertelt over zijn onderzoek naar een achtdaagse reis door Israël en Palestina die Meta Floor van Kerk in Actie in 2013 organiseerde. Deze en gelijksoortige reizen vandaag – zelf was hij er vanuit Pax Christi al mee begonnen in 2004 en 2006 – komen voort uit een oproep van Palestijnse kerkelijke leiders in 2009 om op een andere, vernieuwde manier te pelgrimeren en zo ‘pelgrims met een boodschap’ over het Land en zijn bewoners te worden. Een reis met een divers samengestelde groep, overwegend kerkelijke Nederlanders, die zelf wilden ervaren hoe in een conflictgebied geleefd wordt, de mensen ontmoeten en spreken. Op basis van interviews en gesprekken met de deelnemers heeft hij onderzoek gedaan naar de vraag wat er precies gebeurt in zo’n groep en hoe de pelgrims ieder voor zich, zoekend en twijfelend, met de ervaringen omgingen. Belangrijk was onder andere dat de deelnemers niet beducht waren om bij zichzelf en bij elkaar diepe theologische en politieke thema’s aan te roeren. Maar de vraag bij thuiskomst ‘wat te doen’ roept ook verdriet op over wat ze ervaren en gezien hebben en vanwege het onbegrip waar ze thuis soms tegen aan liepen.
Het onderzoek naar deze groep verscheen dit jaar in een boek dat nu als opmaat dient voor een nader promotieonderzoek.

Erica Visman – van Baren vertelt over de tocht die zij in 2013 van Gorinchem naar Rome liep. Om diverse redenen – uit dankbaarheid voor de aanwezigheid van een goede gezondheid, de ondersteuning van het thuisfront, beschikbaarheid van tijd en de financiële middelen – besloot zij een project op te zetten voor mensen die in deze opzichten minder fortuinlijk waren. Zij zocht 100 personen in haar netwerk die voor een bijdrage per gelopen kilometer wekelijks een voorbereidings-/reisverslag ontvingen. De (materiële) opbrengst gaat naar de voedselbank in Gorinchem. Doordat het gericht is op een specifiek fonds (eerst groente en fruitfonds, later yoghurt en eieren) is het heel tastbaar en herkenbaar, zowel voor haarzelf als voor de sponsoren. Daarnaast beschrijft zij de waarde die het heeft om uit je ‘comfort zone’ te komen en de onverwachte meeropbrengsten die het je als persoon oplevert.

Onder de titel ‘Sport en filantropie, een gouden combinatie?’ gaat Martine Prange (hoogleraar filosofie) in op de ontwikkelingen die zij met name binnen de sport ziet. Waar traditionele sportverenigingen te maken hebben met dalende ledenaantallen en gebrek aan vrijwilligers, is sporten voor een goed doel bezig aan een flinke opmars. Het ‘filantropisch sporten’ ziet zij als uiting van waarden als actief burgerschap, autonomie en verzet tegen de heersende autoriteiten. Sport bevindt zich, net als onze samenleving, op het ‘kruispunt van Verlichting en Nieuwe Romantiek’. Spelen om het spelen mag niet meer; plezier beleven aan spelen mag alleen als we tegelijk ons schuldgevoel inlossen. In de tijd van individualisering heeft de sport veel aan egoïsme gewonnen. Beroemde voetballers zetten stichtingen voor kansarme kinderen op om zichzelf te profileren als maatschappelijk betrokken omdat dat in de mode is. Amateurverenigingen kwijnen weg en tegelijkertijd organiseren individuen hun eigen sportevenementen. Burgers proberen hun verantwoordelijkheid te nemen; ze vertrouwen de politici en NGO’s niet meer, met hun enorme overheadkosten en ondoorzichtige uitgavenpatronen. We zouden opnieuw naar de ander moeten kijken, kijken naar zijn of haar behoefte. Vraag is of we niet doorslaan in het ongereguleerd en zonder kennis van zaken geven van hulp. We denken te weten wat goed is voor de ander en ondermijnen diens zelfredzaamheid. Vergeet het sporten voor het goede doel! Ga gewoon sporten om het spelen, om je mens te voelen, en maak geld over naar organisaties als het Rode Kruis om hen die het nodig hebben de juiste hulp te bieden!

Jan Kloosterman vertelt over de fietstocht die hij in 2016, samen met zijn zwager en beste vriend Terence Dixon heeft gemaakt vanuit Londen naar Santiago de Compostela en Finisterre. De tocht was ter nagedachtenis aan hun beider moeders die twee dagen na elkaar eind 2015 zijn overleden. De missie was het houten kruisje van Jan’s moeder naar Santiago te brengen en minimaal 1500 pond voor de (Engelse) Alzheimer’s Society in te zamelen. Jan vertelt over zijn ervaring en de energie die het hebben van een doel oplevert. Hij beschrijft hoe geld inzamelen voor een goed doel geworteld is in de Engelse cultuur en de praktische ondersteuning die een website als “www.justgiving.com” geeft bij het bij elkaar brengen van sponsors en het op de hoogte houden van die sponsors. Verder gaat hij in op de vele spontane gesprekken met vreemdelingen die onderweg ontstonden door de fietsshirts van de Alzheimers’s Society die ze droegen. In zijn ervaring droeg het commitment ook bij aan het doorzettingsvermogen en de voldoening. Hij raadt iedereen aan om zijn of haar Camino een duidelijke missie of doel mee te geven.

Arnoud Krever vertelt over zijn ervaringen met “Vicarie pro”, Latijn voor “plaatsvervangend voor”. Het begint als hij in 2004 naar Santiago loopt met de bedoeling om de tocht aan zijn overleden vrouw op te dragen. Aangekomen bleek in het pelgrimsbureau dat op naam van overleden personen géén Compostela’s worden uitgeschreven, Wèl op naam van de aangekomen pelgrim, maar met de toevoeging “Vicarie pro” en dan de naam van degene voor wie gelopen is. In de ogen van de Kerk is degene voor wie gelopen (of gefietst) wordt de eigenlijke pelgrim. De loper is als het ware zijn of haar voeten. Om het populair te formuleren: de hemelse waardepunten die de loper bij elkaar verdient, worden bijgeschreven op het (hemelse) conto van degene voor wie gelopen wordt. Arnoud legt uit hoe de regeling van de Kerk hiervoor is, en vertelt wat het voor hem, als agnost, betekent en welke invloed het lopen voor een ander op zijn “pelgrimsgevoel” heeft. Inmiddels heeft hij bij elkaar 19 camino’s voor anderen gelopen. Voor hem, als agnost, is het een vorm van zingeving, en je doet er anderen een plezier mee. Het geeft ook extra motivatie om door te gaan als het tegenzit. Hij laat zien welke (Spaanstalige) documenten hij opstelt ter voorbereiding van de tocht en welke documenten het pelgrimsbureau na afloop uitschrijft.

Wouter van Beek (emeritus hoogleraar antropologie van de religie) gaat in zijn bijdrage na waarom sportbeoefening – nog afgezien van alle rituelen er omheen – gezien kan worden als offer. Sport en prestatie zijn tegenwoordig sterk aan elkaar gekoppeld enerzijds in de vorm van een wedstrijd die gewonnen moet worden, anderzijds als een te verleggen grens in jezelf, zoals deelname aan de vierdaagse of de Camino. Hoewel de leuze van de Olympische Spelen is dat deelnemen belangrijker is, houdt iedereen angstvallig de medaillespiegel in de gaten. Kampioen worden is een andere inspanning dan kampioen blijven; het bereikte doel slaat om in een crisis. Vraag is wat opoffering is in relatie tot sport. Essentieel ervoor is de inspanning en het trainingsregime, maar Van Beek roept in herinnering dat het ten tijde van de eerste Olympische Spelen als oneerlijk beschouwd werd om ervoor te trainen. In geval van pelgrimages is altijd sprake geweest van een offer omdat kenmerkend ervoor zijn het weg van huis zijn, de gevaarlijke omstandigheden, de vereiste tijd en de handicaps die bij de pelgrimage optreden. Van de hedendaagse seculiere pelgrimage maakt het toeristische palet onderdeel uit, wat een nieuw doel aan de tocht geeft. Vrijwel alle religies kennen in de een of andere vorm ‘offers’. In de moderne wereld is de zichtbaarheid van het doel belangrijk: via crowd funding, commercie (jaarverslagen) en logo’s bijvoorbeeld. Zo wordt het een middel tot binding van het individu aan een groter doel, een vacuüm in onze seculiere wereld, maar wel een binding die gemakkelijk gebruikt kan worden voor andersoortige doeleinden, zoals reclame of politiek.

Onderwerpen die in de discussie naar voren komen zijn o.a.:
• er lijkt in alle bijdragen sprake te zijn van een onderliggend thema, in casu het zoeken naar authenticiteit. Vraag is dan wel wie bepaalt wat authentiek is. Afgezien van de vraag wie dat bepaalt, is het blijkbaar wel een waarde die belangrijk gevonden wordt en waarbij je je bij sommige acties – verwezen wordt naar voorbeelden uit de sportwereld – kunt afvragen of daar sprake van is;
• de complexiteit van het thema;
• het dynamische, veranderende karakter waaraan, vanuit de wetenschap, nog weinig aandacht is besteed;
• het ontbreken van publiek en competitie bij de pelgrimstochten; koppeling ervan aan een missie of aan sponsoring lijkt minder gangbaar te zijn dan bij de andere sponsortochten. Ook het ‘circus-element’ ontbreekt bij de pelgrimstochten;
• belangrijk is om ‘het gewoon te doen’, gesteund door je eigen netwerk. De betekenis van je missie moet herkend worden door mensen met wie je een relatie hebt;
• het belang van intrinsieke motivatie. Je kunt je motivatie ontlenen aan een maatschappelijk doel of organisatie, maar de maatschappelijke organisatie moet ook bewaken dat deelnemers er voor gemotiveerd zijn, en niet met de doelstelling ‘aan de haal gaan’;
• het aspect seculariteit is intrigerend. Door vroegere betekenissen van het pelgrimeren te vertalen naar hedendaagse vormen lijkt het alsof we religieuze betekenissen in seculiere termen willen duiden.

Verslag: Bart Simmelink, 25/1/2017